|
De ernst van de klachten wordt volgens de "WAD" (Whiplash Associated Disorders) indelingen gedaan. Deze indeling gaat van 0 tot 5 als volgt: 0: geen klachten, geen subjectieve en objectieve afwijkingen 1: pijn, stijfheid en gevoeligheid in nek, maar geen objectieve afwijkingen 2: nekklachten en andere klachten van het houdings- en bewegingsapparaat (bijvoorbeeld afgenomen mobiliteit of drukpuntgevoeligheid) 3: nekklachten en neurologische uitvalsverschijnelen (bijvoorbeeld afgenomen peesreflexen, spierzwakte) 4: nekklachten en fracturen of dislocaties (KNGF richtlijn) Kenmerkende symptomen zijn bewegingsbeperkingen, krachtsverlies (door pijn) in Éif1 of beide armen, hoofdpijn en uitstralende pijn naar (beide) schouders en armen, algemeen verminderde belastbaarheid (snel en continu moe), en verminderde hersenfuncties als concentratievermogen, verwerken van informatie, geheugen en aandacht. Indien er sprake is van a-specifiek chronische whiplashklachten is het mogelijk zinvol om gedragsgeoriffiteerd te gaan trainen. Grondmotorische eigenschappen Kenmerkend is een verminderd uithoudingsvernlogen (bijvoorbeeld gemeten met de Astrand-Ryhming test). Soms moet deze test worden afgebroken, omdat de testpersoon de inspanning niet volhoudt. Belangrijk is te noteren bij welk wattage dit gebeurt zodat de trainingsintensiteit kan worden aangepast. Verder kan de personal trainer bewegingsbeperkingen cervicaal opmerken (vooral extensie en flexie van het hoofd, maar soms zijn alle bewegingsrichtingen beperkt) en bewegingsbeperkingen van de schoudergordel (vooral elevatie van de schouders). Opbouw van de training Belangrijk is het bepalen van de juiste trainingsintensiteit om mee te beginnen. Zowel krachttraining als uithoudingsvermogentraining mogen niet zo zwaar zijn dat de klant drie dagen onwel is na de eerste training, hetgeen een rerel risico is bij overbelasting. De profielgegevens, de ervaring van de personal trainer en een goede introductietraining moeten hiervoor zorgen. De eerste twee tot vier trainingen zullen vrijwel altijd een (lichte) toename van de klachten veroorzaken. Laat de klant na de training thuis goed rust houden net als na het profiel. Indien de belastbaarheid erg laag is, kan er ook een rustpauze na de work-out worden ingelast van vijf tot tien minuten. - Mobiliteit: Mobiliserende oefeningen en stretching starten met oefeningen voor de schoudergordel. Wanneer de belastbaarheid van de klant erg laag is, wordt begonnen met rekoefeningen voor de beenspieren, gecombineerd met éf1 of twee mobiliserende oefeningen voor de schoudergordel. Wanneer de klant gewend is aan deze oefeningen, kunnen ook geleidelijk aan mobiliserende oefeningen voor de cervicale wervelkolom worden uitgevoerd. Het stretchgedeelte en de mobiliserende oefeningen moeten worden opgevoerd in aantal herhalingen of duur en in het aantal oefeningen. De klant moet Ieren de juiste intensiteit te gebruiken bij deze oefeningen. Tijdens de training wordt daarvoor steeds de instructie gegeven: "je voert de oefening zo uit dat je een lichte pijn of ongemak voelt, die goed te verdragen is. Wanneer je de oefening stopt moet dit gevoel snel (binnen ongeveer drie seconden) verdwijnen. "Door training zul je steeds verder kunnen komen". - Uithoudingsvemogen: Uithoudingsvermogentraining begint meestal met fietsen in de warming-up en in de work-out In de cool-down kan worden gewandeld. De intensiteit van dit aedeelte tiidens dewarminq-up en work-out is vaak laaer als dat dit volqens de berekende hartslagz6 nes zou moeten zijn. Aan de hand van de resultaten van de Astrand-Ryhming test (gebruikte wattage, wel of niet volgehouden, reactie op de inspanning) en tijdens de introductietraining worden de hartslagzônes vastgesteld. De duur waarmee wordt begonnen is veelal tussen de 8 en 12 minuten. De step/stair kanals volgende oefening worden toegevoegd in de workout zij het om te beginnen vaak niet langer dan vijf minuten. Wandelen met een flinke hellingshoek is een bruikbaar alternatief. Roeien is moeilijker vanwege de belasting van de nek-schoudergordel. Wordt er toch begonnen met roeien, dan kan dit het beste in de cool-dow n gebeuren. Indien de intensiteit is bijgesteld, dat wil zeggen dat de hartslagz6 nes zijn verlaagd, moet in de opbouw van de uithoudingsvermogentraining er naar worden gestreefd dat de intensiteit ook weer geleidelijk toeneemt. Dit kan door in een aantal weken de hartslagz6 nes geleidelijk te verhogen tot de berekende hartslagz6 nes. Het gebruik van de cross-trainer is zeer aan te bevelen. Begin echter de klant te laten werken met de handen op de steun zodat de armen en schouders niet actief zijn. Bouw vervolgens op dat de klant zijn armen passief mee laat voeren op de handgrepen van de cross-trainer. Als laatste stap kan de klant actief met zijn armen meewerken aan de beweging. - Kracht: De krachttraining wordt als é!:el van de moeilijkste onderdelen ervaren door deze klanten. Vooral oefeningen waarbij boven het hoofd moet worden gewerkt (bijvoorbeeld de military press of de lat pull down) verergeren aanvankelijk de klachten. De opbouw kan als volgt gaan: kracht uit houdingsvermogen algemene krachttraining Eerste oefening is vaak de rowing, 1 x 20x. Na twee tot drie weken kunnen daar de lat pull down en de shrugs bij komen. Daarna komen dumbbelloefeningen in het trainingsschema: voorwaarls heffen en zijwaarls heffen. Krachttraining gericht op spiervolume wordt alleen toegepast nadat de andere twee methoden zijn doorlopen en wanneer het een klant betreft met zeer milde symptomen. - Coördinatie: De functionele training wordt direct of na twee weken deelname gestart. De personal trainer moet alert zijn op de wijze van bewegen tijdens deze oefenvormen. Vaak zijn er veranderde bewegingspatronen aanwezig waarvan de klant zich niet bewust is. Doelstellingen van de functionele training zijn: herstellen van normale bewegingspatronen in nek- en schoudergordel verbeteren en toepassen van getrainde kracht en mobiliteit in functionele bewegingen. Indien de belastbaarheid van de klant zeer laag wordt ingeschat, is de trainingsfrequentie voor de eerste twee weken één keer per week. Daarna kan dit geleidelijk worden opgevoerd tot drie keer per week, met daarbij minimaal steeds één dag rust tussen de trainingen.
|