|
Het cardio-vasculaire systeem Aandoeningen van hart- en bloedvaten vonnen een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid. Ze zijn zowel bij mannen als bij vrouwen de op kanker na, belangrijkste doodsoorzaak. Vanwege de onwikkelingen op medisch gebied is het aantal mensen dat aan een hartinfarct overlijdt, de afgelopen jaren gestabiliseerd. Omdat beweging een belangrijke factor is in de bestrijding van factoren die tot een hartaandoening kunnen leiden, is een uitgebreide bespreking van dit onderwerp zeker op z'n plaats. Hieronder volgt een samenvatting van de verschillende onderwerpen die tijdens de cursus aan de orde zullen komen. Anatomie/fysiologie Het hart ligt tussen de beide longen en is ongeveer zo groot als een vuist. De wand bestaat voornamelijk uit spierweefsel. Het hart is onder te verdelen in twee kamers en twee boezems, waarbij de wanden van de kamers veel dikker zijn dan die van de boezems. Dit heeft vooral te maken met de pomp funktie. Het hart pomt met een frequentie van ca. 72 slagen per minuut. Het bloed wordt vanuit de linker boezem naar de linker kamer gepompt, die het bloed vervolgens de grote lichaamsslagader inpompt. Het bloed wordt nu verdeeld over alle lichaamsdelen en komt via de aders terecht in de rechter boezem, die het bloed weer naar de rechter kamer pompt. De rechter kamer pompt het bloed naar de longen en daarna komt het bloed weer terecht in de linker boezem en is het cirkeltje weer rond. Het hart wordt zelf van bloed voorzien door de kransslagaders. Het samentrekken van de hartspier wordt gestuurd vanuit de hersenen. De zenuwvezels komen het hart binnen bij de sinus-knoop. Deze is ook in staat om zelf de hartspier te prikkelen. De boezems trekken samen na prikkeling vanuit de sinus-knoop en vervolgens wordt de prikkel via de A.V.-knoop overgedragen op de kamers. Ook de A, V. knoop kan zelf prikkels voortbrengen. Het hart gaat sneller of langzamer kloppen door voornamelijk de sturing vanuit het centrale zenuwstelsel. Pathologie/pathofysiologie De belangrijkste oorzaak van ischemische hartziekten is atherosclerose. De ischemie heeft betrekking op een verstoorde bloedtoevoer, waardoor een tekort aan zuurstof in een bepaald weefsel optreedt. Atherosclerose heeft een verdikking of vermindering van de elasticiteit van slagaderen als gevolg. Hierdoor wordt de bloedvoorziening van bepaalde weefsels verminderd. In eerste instantie is er sprake van ophoping van vetten in de vaatwand, in tweede instantie kan verkalking plaatsvinden. Indien deze vernauwing in de kransslagaderen plaatsvindt kan dit leiden tot ischemie van de hartspier. Hierdoor kunnen een aantal ziektebeelden ontstaan: - Angina pectoris: De in aanvallen optredende pijn wordt omschreven als een samendrukkend, beklemmend gevoel achter het borstbeen, met vaak uitstraling naar linker borst/arm. De pijn treedt op bij inspanning en verdwijnt in rust. Oorzaak is een zuurstoftekort van een deel van het hart. - Dreigend infarct: De pijn treedt ook op in rust en/of heeft een grotere intensiteit en/of neemt snel toe. Meestal is er een terugkeer mogelijk naar de stabiel angina pectoris. - Acuut hartinfarct: Een gedeelte van het hart sterft af als gevolg van zuurstofgebrek en gaat samen met intense en langdurende pijn. Het ontstaat vaak in rust en neemt dus niet af in rust. De patiënt is vaak misselijk, duizelig, angstig, heeft braakneigingen en zweet meer. - Plotse dood: De eerste oorzaak is het optreden van ritmestoornis zonder verdere verschijnselen. De tweede (kleinere) oorzaak is een acuut hartinfarct. Een directe relatie met het beoefenen van topsport is nog niet aangetoond. - Ritmestoomissen: Deze worden veroorzaakt door onvoorspelbare veranderingen in de impulsvorming, impulsgeleiding of een combinatie hiervan. Optredende klachten zijn overslaan, hartkloppingen, kortademigheid, druk op de borst of duizeligheid. De hartfrequentie kan sterk versneld of verlaagd zijn. Het hart kan te vroeg slaan of er kunnen fibrillaties optreden. Risico factoren Er zijn een aantal factoren die kunnen leiden tot het eerder/sneller optreden van atherosclerose: - Hyperlipemie Dit is een te hoog vetgehalte van het bloed. Er zijn vier groepen vetten. Cholesterol en fosfolipiden zijn van belang voor de opbouw van de celwanden en bepaalde honnonen. Triglyceriden en vrije vetzuren doen dienst als energiebron. Een te hoog cholesterol gehalte is een risicofactor voor het onstaan van atherosclerose. Cholesterol wordt gevonnd door de lever (uit verzadigde vetzuren) en zit in bepaalde voedingsmiddelen, b.v. eieren en garnalen. - Verlaagd HDL-gehalte HDL (=High Density Lipids) zorgt voor verwijdering van cholesterol van de vaatwanden. HDL stijgt, naarmate meer inspanning wordt verricht. - Hyperglycemie Als gevolg van een gebrek aan insuline of een verminderde gevoeligheid van lichaamscellen voor insuline stijgt het bloedsuikergehalte (zie Diabetes Mellitus). - Hoge bloeddruk Een bloeddruk vanaf 95/160 wordt als te hoog beschouwd. Des te hoger de bloeddruk, des te groter het risico. - Roken Een roker heeft 3-5x zoveel kans op hartaandoeningen. Stoppen met roken geeft een flinke daling van het risico. - Overgewicht Te veel lichaamsvet is een belangrijke risicofactor voor het onstaan van atherosclerose. Het vetpercentage is te meten door middel van huidplooi-meting - Stress - Gebrek aan lichaamsbeweging
|