|
Functies van koolhydraten |
|
Koolhydraten fungeren als:
1. Brandstof. Alle koolhydraten in de voeding komen in het spijs verterings kanaal. Het wordt afgebroken tot glucose (behalve de vezels) en dan komt het in de lichaamscellen waar het wordt verbrandt. Bij zetmeel duurt dat langer dan de enkelvoudige en tweevoudige koolhydraten. Het duurt dus langer voordat dit als brandstof ter beschikking staat. Het lichaam is in staat ook een voorraadje aan te leggen in de vorm van glycogeen. Opslagplaatsen zijn lever en spieren. Bij behoefte (sport) kan hieruit geput worden. Wanneer we te veel koolhydraten eten en alle opslagplaatsen zijn gevuld, dan wordt glucose omgezet in vet. Dit wordt opgeslagen in het vetweefsel. Wanneer we een tekort hebben aan koolhydraten vormt het lichaam glucose uit aminozuren, de bouwstenen uit eiwit. Desnoods wordt het eigen lichaam hiervoor afgebroken. 2. De vezels hebben als functie: een vlotte stoelgang.
3. Vitaminen en mineralen leveranciers. Vitamine C, ijzer, jodium, selenium, en veel B vitaminen, met name vitamine B1 is vooral belangrijk voor het verbrandingsproces van koolhydraten
|