|
Afwijkingen in de ademhalingsfrequentie. Versnelling van de ademhaling (tachypnoe) komt voor bij: * infectieziekten, koorts * storingen van de circulatie (hartziekten) * storingen van de respiratie (longziekten) * nerveuze/psychische factoren (hyperventilatiesyndroom). Verlangzaming van de ademhaling (bradypnoe) komt voor bij: * cerebrale processen (hersentumor, hersenbloeding) * hypothermie (onderkoeling) Afwijkingen van de ademhalingsdiepte Oppervlakkige ademhaling (hypopnoe) kan bijvoorbeeld optreden bij een acute longontsteking: de ademhaling is hierbbij niet alleen oppervlakkig, maar ook snel, (hypo- en tachypnoe). Dit is bijvoorbeeld ook bij gebroken ribben. Een zeer diepe ademhaling (hyperpnoe) komt voor bij de ademhaling volgens Kussmaul: hierbij is de ademhaling diep, regelmatig en snel om een dreigende verzuring van het lichaam tegen te gaan, zoals dat kan optreden bij: * ontregelde diabetes * acidose Afwijkingen van de regelmaat Onregelmatige ademhaling komt voor bi jde ademhaling volgens Cheyne-Stokes: diepe, vrij langzame ademhaling, afgewisseld met perioden van oppervlakkige of opgeheven ademhaling (hyperpnoe en bradypnoe, afgewisseld met hypopnoe en apnoe). Ademhaling volgens Cheyne-Stokes is het gevolg va neen slecht werkend ademcentrum zoals bij: * pasgeborenen (onrijpheid van het ademhalingscentrum). * stervenden (aftakeling van het ademhalingscentrum). Dyspnoe Met dyspnoe bedoelt meN: ademnood, benauwdheid. De patiënt moet ook de hulpademhalingsspieren gebruiken om voldoende lucht te krijgen. Bij kinderen zie je dan ook het zogenaamde neusvleugelen. Soms is de patiënt zó benauwd, dat hij niet meer kan liggen, maar alleen rechtop kan zitten (orthopnoe). Bij dyspnoe kan men onderscheiden: * versnelde ademhaling, gepaard gaande met een gevoel van ademnood: o fysiologisch; na een zware inspanning. o pathologisch (bijvoorbeeld bij hartaandoeningen): + dyspnoe d'effort: benauwdheid bij lichte inspanning. + dyspnoe de repos: benauwdheid in rust * bemoeilijkte, hoorbare ademhaling (stridor) gepaard gaande met een gevoel van benauwdheid: o vernauwing van de trachea en grote bronchi (hoog): inspiratoire stridor, bijvoorbeeld pseudocroup. o vernauwing van de bronchioli en alveoli (laag): expiratoire stridor, bijvoorbeeld astma, longontsteking, tbc. Hyperventilatie Psychische spanningen en angst kunnen (onbewust) leiden tot een snelle, oppervlakkige ademhaling. Dit leidt tot een abnormaal grote uitademing van koolzuur, met als gevolg: * Tintelingen in de vingers * krampen rond de mond * duizeligheid * pijn op de borst Door het optreden van deze verschijnselen neemt de angst nog meer toe en wordt de ademhaling nog sneller, totdat uiteindelijk zelfs bewusteloosheid kan optreden! Daarmee is de aanval ook afgelopen: de vicieuze cirkel is doorbroken en de ademhaling normaliseert zich weer.
Bron: mens-en-gezondheid.infonu.nl
|